Bulgaarse verpleegsters eindelijk vrij.

Annemie heeft in het Europees Parlement het lot van de 5 Bulgaarse verpleegsters en de Palestijnse dokter die oorspronkelijk ter dood veroordeeld waren in Libië geregeld aan de kaak gesteld. Nu zijn ze eindelijk vrij.

Vandaag zijn ze eindelijk vrij, echt vrij, de 5 bulgaarse verpleegkundigen en de Palestijnse arts die maar liefst 8 jaar hebben vastgezeten in Libië. Ze werden er veroordeeld voor de besmetting van kinderen met Aids, in een ziekenhuis in Bengasi. daarvoor kregen ze eerst de doodstraf, dat werd dan omgezet in levenslang en nu zijn ze uitgeleverd aan Bulgarije waar ze meteen gratie kregen. Het heeft veel voeten in de aarde gehad, veel diplomatie en het blijft onduidelijk wat Libië nu echt in ruil heeft gekregen van Europa. Europarlementslid Annemie Neyts (Open VLD) geeft meer uitleg in het programma “De Wandelgangen” op Radio 1.

Annemie Neyts over het nieuwe EU-verdrag

Annemie Neyts, de ELDR partijvoorzitter wil dat: “het nieuwe verdrag zowel de institutionele en procedurele innovaties omvat, als het bindende karakter van het Handvest van de grondrechten”.

 

ELDR Partij verklaring over het nieuwe EU verdrag

 

De Europese Liberalen willen het volgende zien in het nieuwe verdrag:

 

De Europese Liberale en Democratische partij ELDR steunt het Duitse voorzitterschap van de Europese Unie in haar pogingen om een uitweg te vinden voor de blokkering die momenteel heerst met betrekking tot het Grondwettelijk Verdrag en is het eens dat er op de Europese top van 21 en 22 juni een tijdschema moet worden opgesteld om te komen tot institutionele hervormingen.

 

Annemie Neyts, de ELDR partijvoorzitter wil dat: “het nieuwe verdrag zowel de institutionele en procedurele innovaties omvat, als het bindende karakter van het Handvest van de grondrechten. Deel III van het oorspronkelijke Grondwettelijke verdrag dat de bepalingen van de huidige verdragen bevat met betrekking tot de beleidsterreinen van de Europese Unie hoeft geen deel uit te maken van het nieuwe verdrag. Maar waar de institutionele en procedurele bepalingen uit deel III verder gaan dan de huidige verdragen, moeten deze toegevoegd worden in deel I.” Het is essentieel dat de volgende bepalingen worden opgenomen in het nieuwe verdrag:

 

Grondrechten voor de burgers van de EU:

 

–         Een verwijzing moet worden gemaakt naar het Europees handvest van de grondrechten waardoor het bindend wordt voor de lidstaten

 

Een sterkere rol voor de EU in de wereld:

 

–         een minister van buitenlandse zaken en een diplomatieke dienst voor de EU, die de huidige Hoge Vertegenwoordiger van de EU en de Europees Commissaris voor de buitenlandse betrekkingen vervangt, waardoor Europa met één stem kan spreken op het wereldtoneel

–         een internationale juridische persoonlijkheid die de EU de mogelijkheid geeft om volledig deel te nemen in de wereldinstellingen

 

Meer mogelijkheden voor de EU om de uitdagingen aan te gaan:

 

–         uitbreiding van de beleidsterreinen waar met gekwalificeerde meerderheid besluiten genomen kunnen worden: asiel, immigratie, juridische samenwerking in ernstige grensoverschrijdende misdaad;

–         Een protocol over de modernisering van EU beleidsterreinen waaronder een solidariteitsbepaling tussen de lidstaten over energie, grotere coordinatie om terrorisme te bestrijden en de gezamenlijke Europese defensie te verbeteren

 

Meer controle door de nationale parlementen:

 

–         Nationale parlementen moeten toezicht houden op het subsidiariteitsbeginsel

 

Een toezegging dat het verdrag in 2009 in werking kan treden:

 

–         Een toezegging om het verdrag te laten ratificeren door de nationale parlementen en een tijdslijn voor goedkeuring

Elite, verraad en zelfcensuur.

Bart Pattyn, hoofddocent Ethiek aan de KU Leuven publiceerde onlangs in  de Standaard een column onder de titel “het verraad van de elite”, waarin hij reageerde op de kritiek die Oscar van de Boogaard eerder had geleverd op de vermeende truttigheid van de nieuwe Nederlandse regering.

Professor Pattyn beweert met grote stelligheid dat vandaag aan levensstijlen, voorkeuren en preferenties een vrijblijvend karakter wordt toegeschreven en dat het niet uitmaakt wat iemand in zijn leven verkiest, als hij of zij het maar de moeite waard vindt. “Dat is vrijheid”, schrijft hij. Vervolgens stelt de auteur de vrijblijvendheid van morele en esthetische keuzes aan de kaak, vrijblijvendheid die hij – het was te verwachten- op de stoep van het liberalisme deponeert.

De liberale adoratie voor de individuele vrijheid heeft er volgens hem toe geleid dat elk “oordelen” als een “veroordelen” wordt gezien, waardoor “een mentaliteit” is ontstaan waarin geen “beter” of slechter” meer gelden, alleen een “anders”, en ter staving citeert hij zowaar uit een tango “todo es igual, nada es mejor”, citaat waarin het adjectief  “anders” overigens niet voorkomt.

Liberalen, bevestig ik, zijn inderdaad voorstanders van de individuele vrijheid en gaan uit van het beginsel dat de mensen de zingevers zijn van het eigen bestaan, en dat ze gerechtigd zijn tot “the pursuit of happiness” naar best inzicht en vermogen. Dat is echter iets heel anders dan de vrijblijvendheid van levenskeuzes voorstaan. “Vrijblijvendheid” begrijp ik als “zonder gevolgen”. In de commerciële sfeer bijvoorbeeld een auto testen, zonder enige verbintenis hem te kopen. Op ethisch vlak betekent   “vrijblijvendheid” voor mij het stellen van daden, of het maken van keuzes zonder er de gevolgen van te willen dragen. Vrijheid zonder verantwoordelijkheid als het ware. Bijvoorbeeld een kind verwekken en het aan zijn lot overlaten. Daar zijn de liberalen geenszins voorstander van, wel integendeel.

We vinden dat er voor dat kind moet worden gezorgd wanneer de ouder(s) het niet doen, maar we hebben nooit ouders ontslagen van de plicht om voor hun kind(eren) te zorgen. Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn voor ons onlosmakelijk met elkaar verbonden. Meer nog, we stellen steeds weer dat de vrijheid van het ene individu eindigt waar de vrijheid van het andere individu begint. In het leven van alledag lukt het niet altijd om die verschillende vrijheden op behoorlijke wijze met elkaar te verzoenen, maar dat is nog iets anders dan vrijblijvendheid, dan het negeren van de gevolgen van de zelf gemaakte keuzes.

Nu ik mijn punt op dit stuk heb gemaakt, vraag ik me af waar professor Pattyn het eigenlijk over heeft. Hij ergert zich aan bepaalde levensstijlen, voorkeuren en preferenties, en is van oordeel dat die niet allemaal evenveel waard zijn, noch allemaal even hoogstaand of aanbevelenswaard, maar dat het heersende klimaat van “vrijblijvendheid” het politici (en moralisten) moeilijk maakt om daarvoor uit te komen. Doen ze het toch, dan lopen ze het gevaar truttig of zeurderig te worden bevonden.

En vermits de auteur liever niet truttig wordt gevonden, roept hij Theodore Dalrymple, ter hulp, “een Brits psychiater en befaamd columnist” die de elites verwijt verraad te plegen omdat ze geen “beter” meer willen voorstaan. Misschien helpt het citaat ons te begrijpen waar Pattyn het over heeft. Hij citeert Dalrymple als volgt “Als de toonaangevende klasse weigert bepaalde praktijken moreel en cultureel verwerpelijk te noemen, staat het de onderklasse vrij te denken dat het leven alleen maar interessanter zal worden als men kan opteren voor nog meer roddel, bier, seks en televisie.”

Meteen rijst de vraag welke praktijken moreel en cultureel verwerpelijk moeten worden genoemd, om de “onderklasse” -het woord alleen al- voor nog meer miserie te behoeden? Het lezen van bijvoorbeeld Humo, Ché of Dag Allemaal (rubriek roddel), het meedoen aan en kijken naar reality-tv (rubriek televisie), teveel drinken (rubriek bier), teveel seks (rubriek seks natuurlijk)? Of zou het om iets anders gaan, iets veel meer fundamenteels?

De meest spraakmakende beslissing   van de Nederlandse regering, om wie het toch allemaal begonnen was, betrof de toelating voor ambtenaren van de burgerlijke stand om te weigeren mensen van dezelfde sekse te huwen, wanneer die ambtenaren daar gewetensproblemen mee hebben. Aan Nederlandse ambtenaren wordt dus de mogelijkheid geboden om door het weigeren zo’n huwelijksverbintenis te sluiten  hun afkeuring duidelijk te maken, en meteen ook duidelijk te maken dat in hun ogen een huwelijk alleen maar een verbintenis van een man en een vrouw kan zijn.

Het individuele, private geweten van een ambtenaar mag van de Nederlandse regering zwaarder wegen dan het openbare, collectieve en wettelijk   verbod op discriminatie. Een merkwaardig individualistische stelling vanwege een regering waarin geen liberalen zetelen vind ik, en een stelling waarmee ik het grondig oneens ben. Professor Pattyn maakt nergens nog maar een allusie op dit voornemen van de Nederlandse regering, en ik weet dus niet hoe hij erover denkt. Uit zijn artikel blijkt echter wel   overduidelijk dat ook hij oordeelt dat niet alle keuzes evenwaardig zijn, dat er “goede” en “slechte” keuzes zijn, dat niet alle levensstijlen, voorkeuren en preferenties elkaar waard zijn, en dat bepaalde praktijken moreel en cultureel verwerpelijk zijn.

Aan het slot van zijn bijdrage schrijft hij   dat de heersende vrijblijvendheid en zelfcensuur “vreet aan het kritisch potentieel om schrijnende, onmenselijke of absurde praktijken aan de kaak te stellen.” Maar nog steeds komen we niet te weten wat dan wel die schrijnende, onmenselijke of absurde praktijken zijn. Moet ik ze opnieuw gaan zoeken onder de rubrieken “roddel, bier, seks en televisie”, of viseert professor Pattyn andere praktijken, bijvoorbeeld de praktijken die gewetensbezwaarde Nederlandse ambtenaren voortaan mogen weigeren te officialiseren?

Teveel zelfcensuur leidt inderdaad tot kwalijke veronderstellingen en jammerlijke misverstanden , daarover ben ik het met professor Pattyn volledig eens.

Annemie Neyts

Minister van Staat

Europees Parlementslid

Voorzitter van de Europese Liberale Partij.

Annemie op Klara over de de Verklaring van Berlijn

Werner Trio dissecteert op Radio Klara de toespraak van Jacques Delors, die hij deze week hield in de Belgische Senaat, met twee Europakenners: Paul Goossens en Annemie Neyts.

Eén of twee A4-velletjes moeten volstaan om de Europese Unie weer op de sporen te krijgen na het kennelijke stranden van de Europese Grondwet: de Verklaring van Berlijn. Ze wordt dit weekend voorgesteld op de EU-top in de Duitse hoofdstad, 50 jaar Verdrag van Rome is de aanleiding, het verdrag dat de Europese Economische Gemeenschap oprichtte.

De Verklaring van Berlijn zal –lapidair en begrijpelijk voor iedereen- de successen van de Europese Unie op een rijtje zetten, kwestie van het belang van de Unie (vrede, stabiliteit, welvaart, overwinning van de deling van het continent) nog eens te onderstrepen voor de jongere generatie. De gedeelde waarden (waarover nogal wat discussie is gevoerd) zullen worden opgelijst. En de toekomst zal worden blootgelegd: hoe moet de Unie het hoofd bieden aan de energie- en klimaatsproblemen, hoe een politiek gewicht opbouwen in de wereld? Er zou worden verwezen naar een sociaal Europa.

Dezelfde elementen zaten in de speech die oud-Commissievoorzitter Jacques Delors –vader van de Europese Eenheidsakte (1986) — vorige week hield in de Senaat. Hij opereerde in een context van Europaforie, met als drijvende krachten François Mitterand en Hemut Kohl.

Werner Trio dissecteert de toespraak van Delors met twee Europakenners:

Hoofd van de Europadesk van het persbureau Belga, Paul Goossens. Hij schreef onlangs dat “zonder al te veel kruitdamp en oproer” zich in de afgelopen 15 jaar een sociale revolutie heeft plaatsgevonden in Europa, met een significante verarming van de loontrekkenden ten voordele van de beleggers.

En voorzitster van de Europese Liberalen, minister van Staat Annemie Neyts. Zij ergerde zich onlangs aan het teveel aan ronkende verklaringen van de Commissie. Voor haar part moet zij deemoedig toegeven dat je met 1% van het Europese bbp moeilijk alle uitdagingen van deze tijd kan oplossen. En: voor haar is “sociaal Europa” een pleonasme.

Hier vindt u de link.

Annemie Neyts over de rol van Brussel

Dit jaar zal er onderhandeld worden over een nieuwe staatshervorming. Dan zal ook gesleuteld worden aan het Brussels Gewest. Sommigen hopen dat het hoofdstedelijk gewest dan zal uitbreiden. Debat op TV Brussel op 23.02.2007

Aan tafel zitten Bert Anciaux (Spirit), Vlaams minister bevoegd voor o.a. Brussel, en Annemie Neyts (VLD), minister van Staat en uuroparlementslid. Naast haar zit Jacques Simonet (MR), burgemeester van Anderlecht en voorzitter van de Brusselse Franstalige liberalen.

http://www.brusselnieuws.be/site/templates/media_view?id=1172241501&streamingtype=VID

Artikels ELDR

De officiële talen van de ELDR (Europese Liberalen en Democraten) zijn Frans en Engels. De vele persberichten die uitgestuurd worden zijn dan ook in deze talen. U vindt meer over de ELDR op volgende website:http://www.eldr.org, of in het Frans- en Engelstalig gedeelte van deze website.

Annemie gaat bloggen

Annemie’s eerste blogartikel gaat over de lunch met de liberale Premiers ter voorbereiding van de Europese Top van 8 en 9 maart te Brussel. Ze heeft deze aangemaakt in het Nederlands, Frans en het Engels. Zo kunnen al haar bezoekers volgen in al wat ze doet. Hoofdzakelijk zal deze blog in het Nederlands gevoerd worden, maar af en toe zullen er artikeltjes verschijnen in de twee andere talen. Je vindt de Franse en Engelstalige artikels als je de taal verandert van de website.

Klik hier.

Liberalisme meer dan ooit nodig

In Brussel Deze Week van donderdag 8 februari 2007 verscheen een interview met Annemie NEYTS over het liberalisme naar aanleiding van 100 jaar liberalisme in Sint-Agatha-Berchem. Een gesprek over het liberalisme, Brussel, Vlaanderen, Europa en veel meer.

 

Brussel – Nu zondag 11 februari vieren ze in Sint-Agatha-Berchem honderd jaar liberalisme. Niet dat 1907 voor de rest een belangrijk jaar was voor de Liberale Partij. “We vieren dit jaar wel de zestigste verjaardag van het Manifest van Oxford,” zegt Annemie Neyts, minister van Staat en europarlementslid voor de VLD. Een gesprek over het liberalisme, Brussel, Vlaanderen, Europa en veel meer.
‘Het liberalisme zoals ik het zie, is meer dan ooit nodig,” zegt Annemie Neyts. “Blijkbaar verlaten politici om ik weet niet wat voor redenen het publieke domein om zich meer en meer bezig te houden met de microaspecten van het leven van de mensen. Die willen meer veiligheid, en wensen dat de overheid hen bijna individueel beschermt tegen risico’s, ongemakken en onvoorziene dingen. La chose publique verdampt, en dat is geen goede zaak. Ik heb serieuze bezwaren tegen het feit dat politici of journalisten zich meer en meer bemoeien met de allerprivaatste, persoonlijke aangelegenheden van de mensen. Het houdt natuurlijk ook verband met al die Big Brother-toestanden, Robinson Island, Stanley’s route en whatever, waarbij men de werkelijkheid virtualiseert en het virtuele verwerkelijkt. En dan krijg je van die aandoenlijke toestanden zoals een oproep om het licht uit te doen tussen vijf voor acht en acht uur. Da’s om te lachen.”

“Het liberalisme, dat teruggaat tot Montesquieu, blijft actueel: de scheiding der machten, de scheiding tussen kerk en staat. De hele revival rond religie vind ik niet onverdeeld positief, al was het maar omdat de hele religieuze hiërarchie uitsluitend uit mannen bestaat (lacht).”
Onlangs laaide het hoofddoekendebat weer op in Brussel.
Annemie Neyts: “Ik zat, samen met Roger Lallemand, ooit de commissie voor de interculturele dialoog voor. Over het hoofddoekendebat heeft de commissie gezegd dat er drie houdingen mogelijk zijn: ofwel een algemeen verbod, ofwel een algehele toelating, ofwel de stelling dat mensen die een gezagsfunctie uitoefenen, geen uiterlijke tekenen mogen dragen van religieuze, filosofische of politieke voorkeur. Het meest onrustwekkende vind ik wel vrouwen in sjiitische klederdracht te zien, in het zwart, met bedekte handen en gelaat. Daar word ik boos van. Maar ik word ook kregelig als ik een ultra-orthodoxe joodse vrouw zie die haar haren heeft afgeschoren en een pruik draagt, en lange rokken en ondoorzichtige kousen. Ik weet genoeg over én de geschiedenis van de mode én over feminisme, om er me scherp van bewust te zijn dat het lichaam en de klederdracht van de vrouw altijd de inzet van maatschappelijk debat zijn geweest. En wanneer mannen zich met zoveel zorg buigen over de hoofddeksels van vrouwen, dan ben ik daar niet helemaal gerust op.”

“Waarom zou je trouwens de hoofddoek voor de vrouw verbieden wanneer Pakistaanse mannen in de nightshop wel hun Pakistaanse klederdracht mogen dragen? Er moet wel in elke school een vertrouwenspersoon zijn, bij wie elk meisje dat onder druk gezet zou worden, terechtkan. We moeten alert zijn voor het feit dat in bepaalde wijken in Brussel religieuze proselieten families financieel steunen als hun dochter een hoofddoek gaat dragen. Maar ik denk niet dat je dit oplost door te zeggen: ‘Het mag niet.’ Dan wordt het nog moeilijker op te sporen. Scien­tology, waarvan men geneigd is te zeggen dat het een sekte is, opent op de Waterloolaan een tempel, en dat gaan we niet verbieden. De Getuigen van Jehova: als je die niet verbiedt… Het dragen van die hoofddoek is traditie, een stuk religie, en een stuk symbool van vrouwelijkheid. Je moet stekeblind zijn om het raffinement niet te zien, om niet te zien hoe mooi dat is. Ik kan mij daar nogal over opwinden.”

Is dat geen breder debat: hoe we moeten omgaan met interculturaliteit?
Neyts: “Ik vind dat Brussel daar zeer goed mee omgaat, als u bedenkt dat de rellen – enfin, relletjes – van 1993 zowat het zwaarste is dat we meegemaakt hebben. Het klinkt misschien pretentieus, maar we doen het veel beter dan de Nederlanders. Dat komt ook omdat ons zelfbeeld niet zo sterk is, wij zijn geen chauvinisten. En wij hebben in België altijd een verstandige huisvestingspolitiek gevoerd, met vooral christendemocratische en socialistische verantwoordelijken – als liberaal kan ik dat toegeven. We hebben meestal het verstand gehad om sociale woningen te spreiden, om minder torens te bouwen. We hebben weinig buurten die in lelijkheid en onmenselijkheid wedijveren met de Franse banlieues. Het is geen toeval dat de grootste moeilijkheden bestaan in Anderlecht, in de Grondelsstraat en zo, waar die torens staan, die lelijke gedrochten.”

U blijft in de Vijfhoek wonen.
Neyts: “We willen er niet weg, neen. Het is er onmiskenbaar op vooruitgegaan, al ben ik het niet eens met alles wat men doet. Wat ik het leukste vind, is dat er opnieuw meer mensen hier komen wonen. Maar tegelijk maakt men het het autoverkeer zo moeilijk mogelijk. Je moet je toch nog een beetje kunnen verplaatsen? En dan gaat men parkeerplaatsen beperken of de rijweg versmallen. Ik baal van die manie om mensen voor te schrijven hoe ze moeten leven, hoe ze zich moeten verplaatsen, wat oorbaar is en wat niet. Mijn man en ik zijn altijd weg uit Brussel op de autoloze zondag. Een stil protest is dat.”

Er komen federale verkiezingen aan. Hoe schat u een verdere staatshervorming in? Is een uitbreiding van Brussel wenselijk?
Neyts: “Ik vind dat een zeer slecht idee. Je hebt nog een paar neuralgische punten in de randgemeenten – dat heeft veel te maken met de karakters van de mensen die daar actief zijn, zowel langs de ene als langs de andere kant. In de kroon daarrond heb je geen problemen, ook al wonen er veel Franstaligen.”

“Ik geef u op een blaadje: als je morgen Linkebeek of Kraainem bij Brussel voegt, dan zit het spel weer op de wagen en krijg je boel in Dilbeek, Tervuren en Overijse, om van Zaventem nog maar te zwijgen. Dus ik zeg neen. Je moet, en ik heb het over Pascal Smet, onvoorstelbaar naïef of zeer weinig vertrouwd met de situa­tie buiten Brussel zijn om dat gevaar niet in te zien. Grondgebied sta je trouwens pas af als je in open veld verslagen wordt (lacht). Le Corbusier heeft nog voor de Tweede Wereldoorlog geschreven dat de economische, culturele en sociologische invloedssfeer van een grootstad bijna nooit samenvalt met de administratieve grenzen van die stad. Je zult altijd behoefte blijven hebben aan overleg met het omliggende gebied.”

Zal Brussel-Halle-Vilvoorde ooit gesplitst worden?
Neyts: “Misschien vinden ze nog een oplossing. Maar als er niet gesplitst kan worden zonder een prijs te betalen, dan hoeft het voor mij niet. Ik vind dat dit dossier opgehouden heeft prioritair te zijn kort nadat alle politieke partijen zich gesplitst hebben. Dat was het einde van de overmacht van de Brusselse federaties.”
“De splitsing is niet meer vitaal. Ze was belangrijk toen Franstalige politici ongebreideld campagne kwamen voeren tot aan de grens met Henegouwen. Nu doen die dat niet meer.”

Inmiddels praten Vlamingen en Franstaligen steeds minder met elkaar.
Neyts: “Ik vind dat zeer erg. We weten nauwelijks wat er in Franstalig België gebeurt, laat staan in Frankrijk. Vlaanderen lijdt aan een acute vorm van nombrilisme, navelstaarderij. Ik zit te wachten tot het voorbij zal zijn, het is echt verschrikkelijk. Er is een onthutsend grote mate van onverschilligheid over alles wat er buiten Vlaanderen gebeurt. En ‘buiten Vlaanderen’, dat begint in Brussel, hé. Feitelijk is Vlaanderen alleen bezig met zichzelf. Hoeveel ruimte maakt men nog vrij voor buitenlandse berichten? Dat zal zich wreken. Leterme die naar Qatar gaat, waar gaat dat over (zucht)?”

Er bestaat ook nauwelijks interesse voor Europa.
Neyts: “Waar ik mij het meest aan erger, is dat de regeringen hun bevolking de waarheid niet vertellen. Dat men niet zegt: ‘Luister, wij zitten elke maand samen in Brussel, en daar nemen we samen beslissingen. Maar vaak is er geen beslissing, omdat we het niet eens zijn.’ Dát zeggen ze niet, en dat dreigt de Unie de das om te doen. Er bestaat een groot verschil tussen woord en daad. Als je sommige EU-leiders als Barroso – ik ben geen grote fan van de huidige commissievoorzitter – hoort spreken, dan moet de EU al de grote problemen van deze tijd kunnen oplossen: werkloosheid, sociale bescherming, klimaatverandering, demografische uitdagingen zoals de vergrijzing, de globalisering, internationaal terrorisme, internationale misdaad… En dat met amper één procent van het bruto binnenlands product van álle lidstaten als budget? Nu, één procent van het bbp van het rijkste deel van de wereld, dat is natuurlijk veel geld. Maar de lidstaten, die besteden zelf gemiddeld tussen de 35 en 45 procent van hun respectieve bbp’s. Als je dat uitlegt, dan begrijpt iedereen meteen waar het over gaat. Maar it’s a dirty secret, hé. Men zou eindelijk eens mogen zeggen waar de grenzen liggen: ‘Met één procent van het bbp kun je slechts zóveel doen,’ punt.”

Moet de zetel van het Europees parlement in Straatsburg blijven?
Neyts: “Voor mij mag dat veranderen. Men heeft dat indertijd zo beslist en ik heb niet de gewoonte om de Verdragen in vraag te stellen. Voor Brussel zou een overheveling niet veel veranderen, het zal niet voor extra overlast zorgen. Maar voor mijn buitenlandse collega’s, die nu drie weken per maand in Brussel zijn, hier dikwijls een appartementje huren of gekocht hebben, en dan nog één week per maand naar Straatsburg moeten, maakt dat wel een groot verschil uit. Zeker voor de Oost-Europeanen, want die moeten naar Frankfurt of naar Basel vliegen, en dan per autobus naar Straatsburg. Dat is echt niet leuk meer.”

“Ik vind overigens dat de relaties tussen de Europese instellingen en de stad beter zijn dan vroeger. Ik ben opgegroeid in Etterbeek, en als je het mij vraagt, dan is het Jourdanplein véél gezelliger dan toen ik een klein meisje was.”

Tot slot: bent u kandidaat bij de volgende federale verkiezingen?
Neyts: “Er is nog niets beslist. Maar… er heeft nog nooit een Vlaamse liberaal van en in Brussel-Halle-Vilvoorde zoveel stemmen gehaald als ik, dus ze zouden niet verstandig zijn om geen beroep te doen op mij.”
Dirk Volckaerts, Steven Van Garsse © Brussel Deze Week